Roken met behulp van een rookoventje

Roken is een van de oudste kooktechnieken ter wereld. Lang voordat koelkasten bestonden, gebruikten mensen rook om voedsel te conserveren en extra smaak te geven. Van Scandinavië tot Noord‑Amerika en van Japan tot de Alpen: overal ontstonden eigen rooktradities.
Het moderne rookoventje is de compacte, toegankelijke erfgenaam van die lange geschiedenis. Waar vroeger grote rokerijen nodig waren, kun je nu thuis — op het fornuis of op de barbecue — dezelfde diepe, aromatische smaken creëren.
Zelf maak ik al vele jaren gebruik van een rookoventje van Camerons (zie foto).
Hoe werkt een rookoventje?
Een rookoventje is verrassend simpel in gebruik. De basisopstelling bestaat uit drie onderdelen:
- de bodem, waar je de houtschilfers of rookmot plaatst
- een lekplaat, die voorkomt dat vet op het hout drupt
- een rooster, waarop je het gerecht legt
De werkwijze:
- Bedek de lekplaat met folie en vet het rooster licht in.
- Strooi een eetlepel houtschilfers in het midden van de bodem.
- Plaats de lekplaat en vervolgens het rooster met het gerecht.
- Zet het oventje zonder deksel op de warmtebron.
- Zodra het hout begint te roken, schuif je het deksel dicht — dan pas begint de bereidingstijd.
Het mooie is dat de meeste rookoventjes zowel op het fornuis als op de barbecue gebruikt kunnen worden